Arno Bornkamp (born 1959)

A master of both the traditional and the more contemporary repertoire, Arno Bornkamp is a saxophonist who is highly admired for his virtuosic playing style. He has won many prestigious awards, including the 'Silver Laurel of the Concertgebouw' and the 'Netherlands Music Prize'. In 2001 Bornkamp and pianist Ivo Janssen released Adolphe Sax Revisited, a collection of 19th-century compositions performed on period instruments including saxophones made by Adolph Sax himself. A keen chamber musician, he plays tenor saxophone in the much-acclaimed Aurelia Quartet.



JacobTV oogst met vindingrijke muziek

JacobTV was het laatste seizoen vooral in het nieuws met zijn flamboyante video-opera The News.


Door: Frits van der Waa 3 november 2014,

November is voor Nederlandse componisten vaak de oogstmaand, waarin de vruchten van hun schrijftafelgezwoeg klinkende vorm aannemen. Hoewel de uitvoeringskansen er voor de gemiddelde toondichter niet gunstiger op zijn geworden, valt er veel te beleven de komende weken: November Music brengt een scala aan nieuwe werken, er zijn premières van Michel van der Aa en Jouy Roukens, en Het Symfonieorkest toert dezer dagen door het land met een nieuw stuk van Jacob ter Veldhuis, aka JacobTV.

Het afgelopen seizoen was JacobTV vooral in het nieuws met zijn flamboyante video-opera The News. Zijn Tipperary Concerto is vergeleken daarmee een abstract werk, zonder buitenmuzikale componenten. Wel bijzonder is dat de hoofdrol is toebedeeld aan een vier saxofoons. In het uit vier secties bestaande stuk laat het onlangs voor de helft verjongde Aurelia Saxofoon Kwartet horen dat het nog steeds de zwoele, klassiek timbres én het ruigere werk beheerst.

Het Tipperary Concerto ontwikkelt zich in ongeveer twintig minuten van traag versmolten riettonen via een worsteling van quasi-geïmproviseerde lijnen naar een stuwende fusie tussen saxen en orkest. Het idioom van Ter Veldhuis is tonaal en toegankelijk en leunt met zijn ritmes tegen pop en jazz aan, maar de spelletje die hij speelt met noten en motieven zijn vindingrijk. Mooi zijn de referenties aan de muziek van Copland, waarin het geratel van de saxkleppen en de de ketsende Bartok-pizzicati van de cello's een extra slagwerk-accent plaatsen. In de korte slotsectie kerende de weemoedige dissonanten van het begin weer terug.

KAASKOP OP BROADWAY
Het Symfonieorkest heeft het nieuwe werk ingebed in een Amerikaans programma. Naast de pakkende deunen van Gerswhins An American in Paris en vooral de eruptieve muziek van Bernsteins West Side Story stak de toch bepaald niet onswingende JacobTV wel een beetje af als kaaskop op Broadway. De Britse Julia Jones zorgde voor uitvoeringen die gesoigneerd aandeden, maar ze bleek veel feeling te hebben voor de extra schepjes die Bernstein er, terwijl je denkt dat dat niet meer kan, altijd weer bovenop doet.

Een fantastische extraatje was joySTICK IT waarmee de Amerikaan Zackery Wilson tijdens de Alkema Composition Competition voor crossovermuziek vorige week de publieksprijs won. Wilson combineert saxofoonkwartet en piano met computergamemuziek, een collage van jazz en digitale slapstick, waarover de geest van de legendarische Frank Zappa vaardig moet zijn geweest.



SAX14 - International Saxophone Festival

Avant-gardecomponist Franco Donatoni viel als een blok voor de saxofoon, net als Jacob ter Veldhuis, Peter van Onna en Louis Andriessen. Met hun composities, vaak liefdesverklaringen aan het instrument, opende SAX14, het internationale saxofoonfestival dat tot 23 november in Amsterdam wordt gehouden.

Door: Biëllla Luttmer 21 november 2014,
Mooi hoe in Hot van Donatoni de jazz zijn compositie binnenglipt. Er is de suggestie van een lopende bas, er is een lijn van een gestopte trompet die samen met een trombone verwijst naar bebop. Maar dan komt de vakkundige onttakeling. Even lijkt het alsof anarchistische free jazz de leiding over het Asko|Schönberg van de dirigent Etienne Siebens overneemt. Met een drumsolo brandt de finale los: de swing die onder het oppervlak smeulde krijgt de overhand. Een briljant gespeelde tenorsolo van Ties Mellema - dan is het over.

JacobTV, zoals Jacob ter Veldhuis tegenwoordig heet, laat in de ensembleversie van zijn Tipperary Concerto horen hoe fraai de strijkers van het Asko|Schönberg mengen met de blazers van het Aurelia Saxofoonkwartet. Hij tast weemoedige laagtes af voordat hij uitkomt bij klanken die veel weg hebben van de muziek bij de James Bondfilm Goldfinger en ontaardt in striemende slagwerkslagen. Aan het slot is er de troostrijke sfeer waarmee het allemaal begon.

Twee saxofoonkwintetten staan in Peter van Onna's nieuwe versie van zijn Clash of Cultures tegenover elkaar. Het ene speelt traditionele Japanse patronen, het andere tangoritmes. Ze groeien naar elkaar toe in een schitterend geïnstrumenteerd stuk waarin de karakters van alle stemmen aan bod komen.

Louis Andriessen laat in De Stijl, het derde deel van zijn opera De Materie, een pronte rij saxofonisten opdraven. De zangers van Silbersee (voorheen VocaalLAB), de spreekstem van Fanny Alofs, hamerende piano's en tetterend koper maken er, niet altijd even strak, de dienst uit.

Ook Andriessen heeft een saxofoonidool. Voor het Kronoskwartet schreef hij een ode aan Charlie Parker: Facing Death. Het Artvark Saxofoonkwartet maakte er een versie van, waarin de musici even hun improvisatiespecialiteit aflegden en bladmuziek op de lessenaars zetten. Al snel begonnen ze aan hun eigen verhaal, met solo's waarin ze de kracht van hun instrumenten opzochten. De geest van Charlie Parker kwam verbluffend dichtbij. Vanuit de zaal stak Andriessen lachend zijn duim op.


Arno Bornkamp Ivo Janssen
Maurice Ravel

Initiatiefnemer SAX14 maakt meesterlijke cd
Door: Biëllla Luttmer 26 november 2014,

Het festival SAX14 is voorbij, maar wie het saxofoongevoel wil vasthouden, kan terecht bij de nieuwe cd van Arno Bornkamp, de initiatiefnemer van het internationale saxofoonfeest waarmee de geboorte van de uitvinder van het instrument uitbundig werd gevierd.

Als saxofonist moet je in het klassieke repertoire met een lampje naar stukken speuren. Dat maakt inventief. Op zijn nieuwe cd speelt Bornkamp, samen met pianist Ivo Janssen, niet alleen saxofoonwerken van Maurice Ravel maar ook stukken die Ravel oorspronkelijk bedoelde voor piano, voor zangstem, voor viool.

Zo worden de sprookjesfiguren uit de piano- of orkestcyclus Ma mère l'oye met een subtiel gevoel voor timing en een betoverend mooie toon op de sopraansax tot leven gewekt. In Trois chansons daalt Bornkamp af naar de alt voor een Spaans sensuele sfeer. Met de postume Sonate, oorspronkelijk voor viool en piano, gaat hij terug naar de sopraan en reikt hij naar nauwelijks begaanbare hoogten. Toch houdt zijn toon ook daar zijn warmte.

Pièce de résistance is de korte opera L'enfant et les sortilèges, waarin attributen als een klok, een fauteuil en een theepot tot leven worden gewekt. Bornkamp en Janssen doen er alles aan om je Ravels avontuurlijke orkestbezetting te laten vergeten. Aan een piano plus een alt- en een sopraansax hebben ze niet genoeg. Met een slide saxophone, waarop je met schuifbewegingen je tonen kiest, zetten ze een humoristische kroon op deze meesterlijke cd.


Bach was ook van vlees en bloed
Arno Bornkamp speelt Bach, op saxofoons en met videoprojecties, in het kader van het Bach Festival. ,,Ik had eerst niks met Bach.’’
Lees het artikel uit de Leeuwarder Courant


Bach verdraagt geen make-up
door Winand van de Kamp

Een saxofoon verwacht je niet snel in een hoofdrol tijdens een Bach-festival. Het instrument werd immers pas een kleine eeuw na de dood van de componist uitgevonden. En toch stort Nederlands bekendste klassieke saxofonist, Arno Bornkamp, zich tijdens de '48 uur van…' op Bach. Op drie verschillende saxofoons speelt hij de Partita voor fluit, de Tweede cellosuite en de Tweede partita voor viool met de beroemde chaconne. ,,Bach zal zich ongetwijfeld in zijn graf omdraaien. Maar ik acht deze muziek zo hoog. Ik moest dit wel doen.''
Het is een louterende ervaring, vindt Bornkamp. ,,Je kunt zoveel laten zien van je eigen gedachtewereld en die van de componist. Die muziek is puur en onversneden. Er staat niets tussen jou en het publiek.'' Bornkamp bracht vele nieuwe werken in première. Hij verdiepte zich intensief in de Franse muziek. Zo nam hij onlangs een cd op met werken van Debussy. En hij dook in de geschiedenis en speelde op oude saxofoons muziek uit de begintijd van het instrument. Nu gaat hij nog verder terug in de tijd. Bornkamp ziet het als een nieuwe uitdaging. ,,Dit puzzelstuk had ik nog niet.'' Van nature is hij eigenlijk helemaal geen Bach-liefhebber. Toen de andere leden van het Aurelia Saxofoon Kwartet eind jaren 1990 voorstelden om de 'Kunst der Fuge' te spelen, reageerde hij sceptisch. Maar gaandeweg raakte hij in de ban. Het vinden van de juiste aanpak bleek een intensieve zoektocht. De prachtige fluwelen toon, waarmee hij Debussy tooit, kon overboord. Bornkamp: ,,Bach verdraagt geen make-up. In zijn muziek draait het om de noten zelf, niet om mooi-spelerij.'' Van de revolutie in de historische uitvoeringspraktijk heeft hij wel iets meegenomen. Maar 'authentiek' wil hij zijn benadering niet noemen. ,,Je moet een manier van spelen vinden die bij de noten past maar ook bij je eigen persoonlijkheid. In de muziek van Bach kun je eigenlijk niets vastleggen. Je moet haar spreken als een taal.'' Eigenlijk net als in de jazzmuziek? ,,Ja. En swingen doet Bachs muziek ook. Bij de dansvormen in de suites zie je mensen in de kroeg hossen.'' De Partita voor fluit bleek makkelijk te vertalen naar de saxofoon. Maar de stukken voor strijkers stelden Bornkamp voor grote uitdagingen. ,, De cellosuite ligt op de grens, met de Chaconne, waarin Bach zijn ziel bloot legt, ga ik er eigenlijk over heen.'' Maar het instrument brengt ook zijn voordelen mee. ,,Je hebt zoveel kleuren op een saxofoon. Die kun je inzetten om de meerstemmigheid uit te werken. Uiteindelijk gaat het om de muziek en niet om het instrument. Soms zit de saxofoon in de weg, soms helpt hij heel erg.'' Helemaal alleen staat Bornkamp er niet voor. Zijn spel wordt begeleid door de beelden van videokunstenaar James Murray. ,,Ik vind het leuk om de muziek met een andere invalshoek te verrijken, waardoor je anders gaat luisteren.'' ,,Murray is heel associatief te werk gegaan'', licht Bornkamp toe. Muzikaal trekt de saxofonist zijn eigen lijn. ,,Het is niet de bedoeling dat muziek en video per se synchroon lopen.'' Maar de beelden gaan niet helemaal onopgemerkt aan hem voorbij. ,,Misschien speel ik wel wat lichter bij de beelden van een danseresje. Het laatste deel eindigt met een kaars die langzaam uitdooft. Bij de eerste uitvoering voelde ik dat ik te laat zou komen. Ik ben toen flink gaan opschieten en was precies klaar op het moment dat de vlam uitging. Beginnersgeluk.''


Frank Martin and the saxophone, lees verder op muziekweb.nl


Lees de recensie over Bach, de klare lijn, van het weekblad "de Noordoostpolder" (pdf)


ARNO BORNKAMP
El mejor saxofonista del mundo está en España
Ofreció este viernes un concierto único en la Villa de Alcorisa, en Teruel.

antena3.com | Europa Press | Madrid | Actualizado el 21/08/2010 a las 15:49 horas

El saxofonista holandés Arno Bornkamp visita este viernes la villa de Alcorisa (Teruel) con motivo del curso nacional de saxofón Alcosax 2010 para ofrecer un concierto único en España.

Bornkamp está considerado como uno de los grandes pedagogos y solistas del saxofón mundial, sus más de 15 discos y sus trayectoria de más de 25 años junto con el pianista Ivo Janseen y el Aurelia Saxophone Quartet así lo demuestran.

Además, Bornkamp es profesor del Conservatorium van Amsterdam y ha recorrido todo el mundo dando conferencias y masterclass. Así, en esta ocasión ofrecerá para todos los que quieran asistir un concierto único en España, que se celebrará a partir de las 20.30 horas en la Iglesia Auditorio San Sebastián de Alcorisa.


Bach op saxofoon en orgel is een feest

Arno Bornkamp. saxofoon; Leo van Doeselaar, orgel. Werk van Bach, Martin, Reger, Kee, lbert en Sauguet. Gehoord: 5 april, Philharmonie, Haarlem.

Het is geen alledaagse combinatie, orgel met saxofoon. Zeker niet in een hommage aan Bach. Arno Bornkamp en Leo van Doeselaar maken er een muzikaal feest van.

Bach op saxofoon? Jazeker, en dat klinkt schitterend. De warme klank van de sopraansax mengt zich uitstekend met het orgel in de Sinfonia uit Cantate 76, en staat niet zo ver af van de oorspronkelijk voorgeschreven hobo d'amore. Bornkarnp zit vlak voor het orgel, het podium blijft dus leeg. Maar hij overbrugt moeiteloos de afstand tot het publiek, letterlijk en figuurlijk. Dat hij Bach begrijpt, is ook goed te horen in de partita voor traverso solo die hij speelt op altsax. Bornkamp neemt de tijd om te fraseren maar houdt de lange lijn vast. In de snellere passages rollen de noten als grote, ronde parels achter elkaar aan. En wat kan hij schitterend zacht spelen. Van Doeselaar speelt de bewerking van Bachs Ciacorina voor viool. Een fantastisch stuk dat ook aan een organist hoge eisen stelt. Van Doeselaar benut alle mogelijkheden om te variëren in klankkleur en dynamiek. In de Sonata da Chiesa van Martin en Regers Lyrisches Andante klinken saxofoon en orgel samen prachtig weemoedig. Dat geldt ook voor de Aria in Des van Ibert.

De spannendste muziek is voor het laatst bewaard. 'Performance' van Piet Kee is een kleurrijke, geestige dialoog tussen twee musici die elkaar napraten, in de rede vallen, bedachtzaam laten uitpraten, om elkaar heen draaien. Letterlijk, want Bornkamp beweegt in een cirkel om de orgelbank heen. Mooie klankeffecten: Bornkamp blaast dubbeltonen. het orgel klinkt even als van glas. En dan tot slot Sauguet, Oraisons (gebeden) voor vier saxofoons en orgel. Vier delen die in elkaar overgaan en waarin Bornkamp eerst alt-, dan sopraan-, bas- en tenorsax speelt. Melodieus maar met een spannend randje door milde dissonanten en onverwachte harmonieën in de orgelpartij. Prachtige muziek waar je eindeloos naar kunt luisteren. Wie dit concert heeft gemist, deed zichzelf tekort.

Ynske Gunning

Arno Bornkamp soleert bij Het Zeeuws Orkest
Uit, 24 maart 2011, door Rolf Bosboom

Het komt niet vaak voor dat Het Zeeuws Orkest een saxofonist als solist heeft. Tijdens de voorjaarsserie, die vanavond begint, heeft het orkest een van de beste van Nederland als gast: Arno Bornkamp, een even veelzijdige als drukbezette saxofonist. En dat terwijl hij pas op zijn achttiende zijn liefde voor het instrument vond.

Als jongen koos hij voor de klarinet, al was het niet uit volle overtuiging. "Ik zat op de volksmuziekschool en in het derde jaar word je dan geacht een instrument gekozen te hebben. Bij mij was het vooral een kwestie van afvinken. Piano was te duur, een strijkinstrument leek me niets, dus werd het een blaasinstrument. Het was dus niet een heel erg positieve keuze. Ik herinner me dat ik een keer naar muziekles fietste en dacht: ik kan eigenlijk ook gewoon omkeren. Dat heb ik toch maar niet gedaan, omdat de klarinet nog niet was afbetaald.”

De ommekeer kwam pas later. "Toen ik een jaar of zestien, zeventien was ging ik op eigen initiatief naar jazzmuziek luisteren. Vanaf dat moment kwam ook de saxofoon bovendrijven. Dat instrument deed me veel meer dan de klarinet. Daar ging ik van dromen. Op mijn achttiende verjaardag kreeg ik de tenorsaxofoon die ik had gevraagd.”

Na een moeizaam jaar op de universiteit in Amsterdam besloot hij alsnog voor de muziek te kiezen en meldde zich aan bij het conservatorium. Vanaf dat moment ging het hard met Bornkamp. "Het is wel een feit dat ik een soort inhaalslag heb gemaakt. Dat komt ook doordat ik voordien nogal moeite had met noten lezen. Door het bezig zijn met jazz werd me de organisatie en de structuur van de noten duidelijk. Ik had ineens door waaróm de noten er op die manier stonden.”

Hoewel het de jazz was die hem op het goede spoor zette, kwam hij uiteindelijk ook bij de klassieke muziek uit. "Ik wilde jazzmuzikant worden, maar toen ik op de vooropleiding van het conservatorium werd aangenomen, was de lichte-muziekafdeling er nog niet tot volle wasdom gekomen. Ik kwam dus terecht bij een klassieke leraar. Van het klassieke repertoire en de klassieke speelwijze van de saxofoon had ik eigenlijk geen sjoege. Dat werd me pas duidelijk op het conservatorium. Dat bleek echt een eye-opener voor me, of beter: ear-opener. Daarna ging het eigenlijk vanzelf.”

Hij treedt nu veelvuldig op in binnen- en buitenland, maakt regelmatig cd’s (‘Ik vind het belangrijk om vast te leggen wat ik doe’) en is volop actief als docent. Bornkamp afficheert zich graag als ‘lyricus met veel gevoel voor performance’. "Voor mij is het podium nu eenmaal een belangrijke plek. Daar breng je het over op het pu- bliek. Dat lyrische zit in het vertellen van een verhaal, wat ik altijd probeer. Ook al speel je maar één noot, ik vind dat het altijd binnen moet komen bij de mensen.”

De saxofoon wordt vaak gezien als jazzinstrument. Ten onrechte, zegt Bornkamp. "Het instrument is ontwikkeld in 1840, toen er nog helemaal geen jazz was. De saxofoon heeft zowel een jazz- als een klassieke stem. Het is een stem die iets exotisch oproept, de stem van de vrijheid.”

Er is een overvloed aan klassiek repertoire. Bornkamp wordt regelmatig gevraagd door professionele orkesten. "Ik ben ook heel blij dat Het Zeeuws Orkest dit heeft gedaan en het aandurft wat anders te doen dan viool op piano.” Hij soleert dezer dagen in twee stukken: Concert voor saxofoon en strijkorkest van Alexander Glazounov en Scaramouche van Darius Milhaud. Het eerste schreef Glazounov vlak voor zijn dood in 1936. "Het is zijn zwanenzang, een zeer dramatisch stuk. Je hoort er een man in die terugkijkt op zijn leven. Iemand die als wonderkind is begonnen, maar na successen op een zijspoor is beland. Hij voelde zich duidelijk verloren in de twintigste eeuw.” "In 1928 verhuisde hij naar Parijs. Daar had hij ooit grote triomfen gevierd en dat gevoel wilde hij terugkrijgen. Glazounov maakte er kennis met de saxofoon en raakte onder de indruk van de mogelijkheden. In 1932 had hij al een saxofoonkwartet gecomponeerd en nu ging hij in op het verzoek een saxofoonconcert te schrijven. Je voelt een vertelling in het werk, met veel thema’s en grote contrasten. Het was een prachtige afsluiting voor hem.”

Scaramouche van Milhaud is welbekend. Het is een samenvoeging van diverse korte stukken die de Franse componist oorspronkelijk voor theater-entr’acts had gemaakt. "Het is inmiddels een klassiek stuk, dat altijd aanslaat bij het publiek. Kat in ’t bakkie. Net als het stuk van Glazounov heb ik het zeker al veertig keer uitgevoerd. Dat verveelt nooit. Het is muziek die van zichzelf goed is. Dan blijft het leuk om te spelen.”

Adams toont klasse Radio Fil.

K L A S S I E K
Concert: ‘De Matinee’, weken van Milhaud, Strawinsky, Adams. Door: Radio Filharmonisch Orkest, Groot Omroepkoor, solisten o.l.v. John Adams. Bijgewoond: Amsterdam, Concertgebouw, zaterdag. Uitzending: NTR, dinsdag, Radio 4, 20.00 uur.

John Adams is een van de grootste levende componisten. Zaterdagmiddag dirigeerde hij in het Amsterdamse Concertgebouw de Nederlandse première van zijn recente symfonie ’City Noir’. Feestelijk hoogtepunt van een feestelijk programma.Want de concertserie ‘De Matinee’ die hem had uitgenodigd bestaat 50 jaar en het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor die hij dirigeerde vieren hun 65ste verjaardag. Helaas: de jarigen worden door het kabinet in hun voortbestaan bedreigd. Daarom hield Adams voor hij begon met kloeke stem een korte speech waarin hij het orkest een grote schat noemde die de regering zou moeten koesteren. De Amerikaan weet wat hij zegt. Hij en deze musici hebben een band. Ze voelen elkaar aan, zoals bleek voor de pauze met werken waarin voor Adams de bronnen liggen. Darius Milhaud onderzocht in 1923 met ’La création du monde’ de bevruchting van Europese klassieke muziek met de Amerikaanse jazz. In het iets oudere ’Le Noces’, een cantate ’met dans’ modelleerde Strawinsky ’zijn’ Russische volksmuziek vol waanzinnige ritmes en klanken naar tot een spektakel voor zangers, blazers vooral op cembaloms, harmonium en een mechanische piano. Uiteindelijk ging het zaterdag om ’City Noir’. Een paar jaar terug leidde Adams de bigband van het Metropole Orkest in repertoire van onder anderen Gershwin, Goodman, en Ellington, de muziek van zijn jeugd. Ook deze bron is hoorbaar aanwezig. Het stuk is geïnspireerd op het Californië van de jaren veertig en vijftig. Het ademt het optimisme van die tijd, maar heeft ook de sfeer van de meer psychologische zwart/ wit Hollywood films. Er bonkt een jazzy bas en bij een romantische strijkerpassage klinkt volstrekt logisch een trompetsolo die Miles Davis geestdriftig zou maken. Net zo’n muzikaal verhaal, maar dan op trombone, zit in het langzame deel. Het derde deel is een brok dynamiek, beeld van uiteenlopende passanten op een boulevard. In alle drie de delen speelde altsaxofonist Arno Bornkamp virtuoos een bindende hoofdrol. Zonder gekunsteld te zijn toont Adams hier de nieuwe mogelijkheden voor een klassiek symfonieorkest. Samen met het Radio Filharmonisch Orkest dat speelde alsof ’de dood door opheffing’ niet grimmig loert. Luisteren morgenavond. Het kan nu nog.

HANS VISSER


TROUW Muziek - 12 september 2009 - Anthony Fiumara

Bornkamp leidt de concurrentie met plezier op

Arno Bornkamp: „Wij saxofonisten hebben een sterke hang naar een eigen identiteit.”

De hyperactieve en veelzijdige saxofonist Arno Bornkamp brengt vandaag alweer zijn derde werk binnen een jaar in première.

Internationaal gezien is Arno Bornkamp een begrip als saxofonist. Behalve als tenorsaxofonist in het Aurelia Saxofoonkwartet maakte hij de afgelopen decennia ook carrière als solist en als docent. Vandaag speelt Bornkamp het nieuwe saxofoonconcert van de Argentijns-Nederlandse componist Carlos Micháns tijdens de Gaudeamus Muziekweek, het derde werk dat de hyperactieve virtuoos binnen een jaar in première brengt.

„Het begon in maart met het saxofoonconcert van Joey Roukens voor het Noord Nederlands Orkest”, zegt Bornkamp. „Daarna speelde ik de deuxième première van een werk van Frank Martin, voor sopraansax, harp en strijkers. En zaterdag staat Micháns op het programma. Dat werk van Martin is eigenlijk een bewerking van een stuk dat hij oorspronkelijk voor de hoboïst Heinz Holligers en diens vrouw en harpiste Ursula schreef. De weduwe Martin gaf me toestemming voor de bewerking voor saxofoon. Maar ik heb bijna niets aan de hobonoten veranderd.”

Bornkamp heeft ten tijde van ons gesprek net de eerste repetitie voor het ’Concerto for Saxophone and Orchestra’ van Carlos Micháns achter de rug, een opdracht van Holland Symfonia en hemzelf. De saxofonist leerde de muziek van Micháns kennen door ’Trois Visions Trantiques’ voor Lavinia Meijer op harp en het Aurelia Saxofoonkwartet.

Voor de duidelijkheid: Micháns is nou niet wat je noemt een echte ultramodernistische ’Gaudeamus-componist’. Hij is meer iemand die zich thuis voelt in programma’s waarin zijn werk tussen dat van Beethoven en Stravinsky staat. Dat beaamt Bornkamp: „Carlos heeft een goed gevoel voor het métier, voor de vorm, harmonie, instrumenteren – voor het handwerk van een componist kortom. Hij schrijft geen muziek die het van één goed idee moet hebben. Zijn werk stelt hoge eisen aan de uitvoerders en heeft een zuidelijke, bijna Franse inslag. Dat vind ik leuk want dat hoor je niet zo veel. Hij schildert zijn ideeën echt op papier. Ik hou erg van zijn klankwereld.”

Vanaf eind juni druppelde de partituur binnen en studeerde Bornkamp zijn virtuoze (’maar ook verstilde’) partij in. Bornkamp speelt het concert op twee saxofoons (sopraan en alt), die als twee personages in het stuk fungeren.

De saxofonist legt uit hoe het concert is opgebouwd: „Het eerste deel begint vanuit een grillige cadens voor de altsaxofoon, waarna zich een expressieve dialoog met het orkest ontspint. Het tweede deel is ingetogen – daar wordt de meer saxpartij intiem begeleid door piano, harp en strijkers.” Het laatste, virtuoos-hoekige deel heeft als als titel ’Probarskyia’: een acroniem voor Prokoviev, Bartok en Strawinsky. „Dat zijn drie favoriete componisten van Micháns en die verwerkt hij in zijn eigen muziek, zonder dat er overigens letterlijk geciteerd wordt.”

Bracht Bornkamp als solist en kamermusicus al vele nieuwe werken en bewerkingen in première, het valt de laatste jaren op dat veel jonge Nederlandse saxofonisten die hij als docent onder zijn hoede had, eveneens hard aan de weg timmeren: Raaf Hekkema bijvoorbeeld, het Amstel Kwartet, Ties Mellema of Eva van Grinsven. Behalve hun kwaliteit hebben ze gemeen dat ze allemaal bij Bornkamp hebben gestudeerd.

„Mijn oud-docent Ed Bogaard zei het al: ’Je leidt je eigen concurrentie op’”, grapt Bornkamp. „Ik ben natuurlijk zelf ook begonnen als leerling. In eerste instantie imiteer je je leraar, maar op een gegeven moment ontwikkel je een eigen stem. Je gaat zelf eens rondkijken en dan ontstaat er iets dat je een carrière kunt noemen.”

Bornkamp noemt de jonge garde onder de saxofonisten een veelkleurig landschap van eigenzinnige types. „Raaf Hekkema heeft met zijn Paganini-bewerkingen bijvoorbeeld iets gevonden wat alleen hij kan. Dat vind ik heel mooi. De saxofoon is toch de parvenu van het muziekleven. Het instrument gaat zijn eigen gang en doet gekke dingen, maar wel op zinnige manier. Het biedt vaak een nieuwe kijk op muziek, en dan niet alleen op nieuwe muziek.”

Als voorbeeld noemt de saxofonist de Ravel- en Debussy-bewerkingen waarmee zijn eigen Aurelia Saxofoonkwartet furore maakte. Die arrangementen dienden op hun beurt weer tot voorbeeld voor andere kwartetten. „Wij saxofonisten hebben een sterke hang naar een eigen identiteit, maar we willen tegelijkertijd ook bij de rest horen en serieus genomen worden. Je moet bijvoorbeeld eens kijken hoeveel saxofonisten het traject van de Nederlandse Muziekprijs hebben gedaan, dat is ongelooflijk.”

Zijn Bornkamps leerlingen herkenbaar als de zijnen? „Ja, dat vind ik wel. Ze koppelen allemaal vakmanschap en handwerk aan een allesoverheersende muzikale gedachte. En vervolgens gaan ze daar helemaal voor. Je ziet dat ze vaak heel hongerig zijn, hongerig naar informatie en naar het toetsen van hun ideeën. Ik zie ze daarom ook uitzwermen naar andere docenten in het buitenland.”

„Je hoort het ook aan hun manier van spelen: ze schilderen met klankkleur en willen zichzelf graag kwijt kunnen in hun instrument. Het is mijn taak als docent om dat op de beste manier naar boven te laten borrelen. Zo is Raaf Hekkema geïnteresseerd geraakt in bepaalde speeltechnieken. Op zijn Paganini-cd koppelt hij moderne saxofoontechnieken aan die oude muziek. Fantastisch! Je hoort het ook aan zijn geluid, dat altijd met zorg en passie klinkt.”

Dat Bornkamp zijn eigen concurrentie opleidt vindt hij juist leuk: „Dat bewijst dat de saxofoon niet gebonden is aan één persoon, maar dat het instrument een cultuur is geworden. Dat is alleen maar goed.”

Zijn leerlingen lijken Bornkamp in ieder geval voorlopig nog geen werk te kosten – daarvoor zijn

Hij steekt nog even de loftrompet af over oud-leerlingen zoals Ties Mellema en de andere leden van het Amstel Kwartet. Om er even bescheiden als dringend aan toe te voegen: „Ik ben natuurlijk niet de enige saxofoondocent die goede dingen doet – dat wil ik niet zeggen hè.”zijn bezigheden veel te divers.



Concert - ’Concerto for Saxophone and Orchestra’ van Carlos Micháns, door Holland Symfonia o.l.v. Etienne Siebens: za 12/9 Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam.

Info: www.hollandsymfonia.com en www.muziekcentrumnederland.nl

LANGE LYRISCHE LIJNEN

Boston-Paris: the Elisa Hall Collection. Arno Bornkamp en het Radio Symfonie Orkest o.l.v. Jean-Bernard Pommier. Ottavo.
Saxofonisten hebben alle reden om EIlsa Hall dankbaar te zijn. Het is door haar toedoen dat Debussy en een aantal van zijn tijdgenoten zich hebben gezet aan het componeren voor saxofoon en orkest. Hall (1853-1924) was een vermogende Amerikaanse weduwe die niet onaardig saxofoon speelde en zich in de eerste decennia van de vorige eeuw opwierp als pleitbezorger voor haar instrument. Onder invloed van de hoboïst Georges Longy verstrekte ze menige opdracht aan Franse componisten. Aangezien ze geen acrobate op de saxofoon was, kenmerken de meeste stukken zich door lange lyrische lijnen. Stersaxofonist Arno Bornkamp heeft zeven van zulke stukken bijeengebracht op de cd Boston-Paris: The Elisa Hall Collection. Het schijfje is tevens een van de laatste projecten van het Radio Symfonie Orkest, dat kort na de opnamen is opgegaan in de Radio Kamer Filharmonie. Deze zwanenzang is een lust voor het oor; dat is niet alleen het werk van Bornkamp, maar ook van het orkest, die zijn strelend gekweel onder aanvoering van Jean-Bernard Pommier van een navenante omlijsting voorziet. De ironie van het/ot wil dat Hall het pièce de résistance van de collectie, Debussy's Rapsodie uit 1903, nooit heeft uitgevoerd. De overige stukken (van D'Indy, Caplet, Schmitt, Loeffler en Longy) overstijgen alle het niveau van curiositeit. Spetterend is de Légende van Schmitt, die Halls invitatie zo te horen met geestdrift te lijf is gegaan.

Uit de Volkskrant van 30 nov. 2006


En weer haalt saxofonist Arno Bornkamp een stuk ondergesneeuwde historie van de saxofoon boven water. Na de cd's 'Adolphe Sax revisited' en 'Metropolis' waarop respectievelijk het vroege 19de-eeuwse saxofoonrepertoire en de Duitse (Berlijnse) kamermuziek met saxofoon uit de jaren '20 van de vorige eeuw centraal staan, is het nu de Elisa Hall-collectie die een wedergeboorte beleeft op de cd 'Boston - Paris'. Elisa Hall was een welgestelde Amerikaanse dame die in 1853 werd geboren in Parijs. Ze vertrok naar de Verenigde Staten, trouwde een chirurg en raakte verslingerd aan de saxofoon omdat dat instrument voldoende lawaai maakte om haar door de tyfus aangetaste gehoor te compenseren. Hall fungeerde geregeld als saxofoniste bij de door haar coach en eerste hoboïst van het Boston Symphony Orchestra, Georges Longy, opgerichte Boston Orchestral Club en gebruikte haar financieel onafhankelijke status om het repertoire voor haar geliefde instrument uit te breiden met werken voor (alt)saxofoon en orkest. Haar Franse wortels brachten haar vooral bij vooraanstaande Franse componisten en zo kreeg zij grootheden als Claude Debussy, Vincent d 'Indy, André Caplet en Florent Schmitt aan het schrijven. Het enige probleem bij de werken die ze genereerde is dat ze binnen de grenzen van haar technisch kunnen moesten blijven. Daarom bevatten de meeste stukken vooral lange lyrische saxofoonIijnen omgeven door het bekende Franse fondantlaagje. De ene keer valt dat wat tegen, zoals bij de Choral varie, op.55 van D'Indy en de Rapsodie van Longy, de andere keer levert het iets moois op zoals de nimmer door Hall gespeelde Rapsodie van Debussy en de Légende van Schmitt. Bornkamp speelt elk werk alsof het een meesterwerk is en achter hem laat het Radio Symfonie Orkest voor de laatste keer horen dat er met de opheffing van het orkest een brok kwaliteit verloren is gegaan.

Uit Luister oktober 2006


Raffinierte Klangeffekte des Solisten
Camerata Amsterdam eröffnete städtische Konzertreihe in Fulda

FULDA. Mit einem glänzenden Debüt begann in dieser Woche die neue Konzertreihe im Fürstensaal. Zu Gast war die etwa 20 Mitglieder zählende Camerata Amsterdam, die unter Leitung von Jeroen Weierink mit hoher Klangkultur musizierte. Was dieses Ensemble auszeichnet, fiel gleich im ersten Beitrag, der Ouvertüre zu "Der Operndirektor" von Domenico Cimarosa auf: konzentriert-präzis und trotzdem flockig-leicht aufspielende Streicher brachten im Zusammenwirken mit tonlich sensiblen Oboisten und Hornisten eine Klangkultur zustande, die keine Wünsche offen ließ. Da hatten nicht nur die Hauptstrukturen klar ausbalanciertes Profil, sondern auch die Nebenstimmen waren bis ins Detail ausgefeilt. Dieser Eindruck wurde später in den 15 musikalischen Miniaturen von Jean Francaix bestätigt. Den Musikern um Dirigent Weierink gelang es, den Charme und den Humor dieser Musik zu entfalten, indem die raffinierten Klangeffekte in spielerischem Wechsel von Streichertutti und Solopartien auf unspektakuläre Weise zustande kamen. Im Zentrum des Abends stand der Saxophonist Arno Bornkamp, Mit seinem ekstatischen Singen, das über eine große Bandbreite an dynamischen Abstufungen verfügt, brachte er sein Instrument in farblicher Vielfalt zum Blühen. Durch eine suggestive Tempoführung die er fast ohne Blickkontakt auf das Orchester übertrug, erreichte er eine innere Spannung und Logik der Demgegenüber hatte trotz ihrer virtuosen und klanglichen Raffinessen, die Solocaprice von Paul Benneau eher den Reiz einer Zugabe, und auch die „Kleine Saxmusik" von Wijnand van Klaveren mit ihren launigen Mozart-Zitaten wollte sicher mehr aus der Schmunzelecke als im Sinne eines ernst gemeinten Beitrags gehört werden. Da war dann Mozarts Sinfonie G-Dur eher eine Musik zum Staunen: als verblüffende Tat eines 16- Jährigen ebenso wie als Musizierleistung der Gäste aus Amsterdam, die den Charme von Mozarts Gesanglichkeit bis ins feinste Piano auskosteten. Dirigent und Orchester bekamen großen Schlussapplaus, aber die glänzenden Oboen und Hörner hätten eigentlich noch einen Extrabeifall verdient gehabt.
Fuldaer Zeitung, 30.09.2005

Camerata Amsterdam mit brillantem Saxofon
KLEVE. Der Auftakt zur 41. Jahresreihe "Konzerte der Stadt Kleve" in der Stadthalle kam beim Auditorium bestens an, auch wenn die Camerata Amsterdam unter ihrem agilen Dirigenten Jeroen Weierink beim Eingangswerk zunächst für Verwirrung sorgte. Das war doch nicht - wie angekündigt - Bach auf Brasilianisch frei nach Villa- Lobos. Keine Spur von südamerikanischer Folklore noch von einer vorgesehenen Fuge, und statt zwei Sätzen gab es drei. Des Rätsels Lösung erfolgte nachher: Durch den Ausfall eines Cellisten hatte man anfangs zu Mozarts Sinfonie G-Dur Nr. 17 KV 129 gegriffen. Akkuratesse und Schwung, dazu ein ausgeprägter Sinn für richtige Dynamik und Tempi ließen dieses Frühwerk, in das die Bläser ihr Kolorit prächtig einblendeten, flüssig und elegant erklingen. Seine glänzende Streicherkunst stellte das niederländische Ensemble nach der Pause nochmals heraus in den wie mit feinem Pinsel nachgezeichneten "Portraits d'enfants d'Auguste Renoir“, die Jean Francaix zu dessen Gemälden komponierte. Knapp zwanzig Minuten ergötzten einen die Klangminiaturen des amüsanten Orchesterwerkes, in denen die trefflich vertonten Bilder mit Ulk, Spaß am Simplen, aber auch spielerischer Grazie, Lebenslust und Idyllischem die kleinen heranwachsenden Mädchen quasi vorführten. Doch zum Star des Abends wurde Arno Bornkamp mit seinen beiden sonoren und vibratoreichen Saxofonen. Der Belgier A. Sax entwickelte 1840 / 41 das Instrument, das vor allem über die französische Kammermusik die Konzertsäle eroberte. Der schien sich noch zu steigern im Solo-Caprice en forme de Valse von P. Bonneau, in dessen zwei Sätzen er jenseits aller spieltechnischen Hürden das musikalische Eigenkolorit seines Instrumentes grandios auffächerte. Die Fantasia für Saxofon, drei Hörner und Streichorchester von H. Villa-Lobos erklang - wie Bornkamp anmerkte, nicht in der offiziellen Fassung, sondern im erst vor wenigen Jahren entdeckten, einen Ton höher stehenden Original und darum mit Sopransaxofon. Pralle farbige Vitalität in den schnellen Ecksätzen und blühende Kantilenen über einem dissonanzengesättigten Orchesterpart ließen hier gern zuhören. "A Saxophone in Paris" des 30-jährigen niederländischen Komponisten skizzierte in der Szenenvielfalt lebendig das bunte Leben der Seine-Metropole. Der Abend mit dem erfrischenden Saxofon fand große Zustimmung.

Rheinische Post, 01.10.2005

Flora-Klassik-Konzert Arno Bornkamp: Jubel und Elegie des Saxophons
Rheda- Wiedenbrück (gl). Das als Soloinstrument seltener aufgebotene Saxophon stand im Mittelpunkt eines Konzertes, mit dem der Flora-Klassik-Sommer sein gewohnt hohes Niveau halten und die Reihe erfolgreich beschlieBen konnte.
Mit der Transparenz, der schmiegsamen Genauigkeit des Zusammenspiels und dem gezügeIten Temperament ihres Musizierens stellte sich mit der "Camerata" aus Amsterdam unter der stilgebenden Leitung van Jeroen Weierink ein Ensemble vor, dessen inneres Gefüge die Perfektion erfahrener, der Concertgebouw-Tradition entstammender Könner an den 26 PuIten prägt.
Der heiter-beschwingten Einstimmung mit der Opernouvertüre "L'impressario in Angusti" des italienischen Rokoko-Komponisten Domenico Cimarosa folgte die Begegnung mit Arno Bornkamp (46). Sein Solo in Paul Bonneaus zweisätziger Caprice nutzte der international gefragte Saxophonist, sich und die vielfältigen Möglichkeiten seines Instrumentes vorzustellen. Nach diesem gleichsam etüdenhaften Beginn schlug ihm mit Alexander Glasunow die Stunde der Bewährung.
Das Konzert für Saxophon und Streichordhester Es- Dur op.109 dieses letzten Vertreters klassisch -russischer Musiktradition in seiner durchdachten Form und sicheren kontrapunktischen Technik stellt hohe Anforderungen an den Solisten.
Auf dem Klangteppich der motivischen Verschlingungen entfaltet Arno Bornkamp die volle klangliche Schönheit des Altsaxophons, überspringt zweieinhalb Oktaven zwischen sonorer Tiefe und metallischer Höhe." Er läBt klarinettengleich sein Instrument bald elegisch klagen, bald jubeln, singt mit ihm ein breit ausgelegtes Adagio, kostet die Solopassagen voll aus, gleitet in fingerschnellen, trillergespiekten Läufen überdie Griffe, leitet nach schnellem Stakkato die rasante Schlussphase des Opus ein. Herzlicher Applaus und der BlumenstrauB des Veranstalters lohnten den virtuosen Einsatz.
Nach den freundlich dahinplätschernden, wenig aufregenden Impressionen von Jean Francaix' Programmmusik "Portaits d 'enfants d' August Renoir" kam der Solist noch einmal zu Wort.
Auf kess-unbekümmerte Weise vereinnahmt Wijnand van Klaveren seinen Mozart in der" Kleinen Saxmusik", die hier als Deutsche Erstaufführung erklang. Sie führte geradewegs zum originalen Wolfgang Amadeus.
Die klassische Anmut und Heiterkeit der frühen Sinfonie Nr. 17 G -Dur KV 129 in ihrer schwungvollen Darbietung bildete denn auch den sinnvollen Schluss eines variantenreichen Programms.
Mit der Wiederholung des ersten Satzes als freundliche Zugabe verabschiedeten sich die Amsterdamer van ihrem Publikum.






Saxofoon = Saxofijn

Een saxofoon is een koperen toeter met kleppen voor je vingers en een riet om op te blazen. Vele beroemdheden bespelen zo'n instrument. Soms klinkt dat als een scheepstoeter, maar wat Arno Bornkamp doet, heeft niets met toeteren te maken. Behalve dan misschien de komische toegift, waarin hij op een oude schuif-sax De Zwaan van Saint-Saëns liet rondzwemmen als een badeend in een bubbelbad.
Zijn toon is warm en zacht, uitdagend schel, pittig, stralend, geestig, kortom: niet echt met woorden te beschrijven. Ivo Jansen toonde zich een zeer betrouwbare begeleider, maar niet overal zo fantasievol als Bornkamp.
Dit duo sluit naadloos op elkaar aan: waar ze elkaar opzwepen tot een climax raken ze nergens een haartje uit elkaar. Dit was goed te horen in de Prelude à l"Après-midi d'un Faune van Debussy. Hier en daar krachtig aangezet door pianist Jansen, kreeg de muziek door de subtiele klanken van de saxofoon een diepere kleur dan in de orkestversie met fluit.
Ook in de sprookjes van Ravel voegt de combinatie saxofoon en piano iets toe aan de uitbeelding van de sfeer van de muziek. De climax bij de uiteindelijke ontmaskering van Beest door de kus van Belle klonk spannend, de Chinese keizerin der Pagodes mysterieus. Deze muziek is geleend van het piano-duo. Hier dus geen vier handen op de toetsen. maar zeker wel vier handen op dezelfde muzikale buik.
Ook de Petite Suite van Debussy is in dezelfde hoek geleend, net als de Dolly suite van Fauré. De lange melodie-lijnen, die Fauré schrijft werden zo geweldig op een adem geblazen, dat ik me afvroeg waar die lucht vandaan kwam.
In deze enigszins zoete muziek is het schmieren op zijn Frans. De Kitty Valse kreeg speelse acctenten, Je kunt maar beter niet proberen dit met je benen te dansen, want ze zouden gemakkelijk in de knoop kunnen raken.
De vingers van Bomkamp en Jansen hadden er gelukkig geen enkel probleem mee. Ook de Petite Suite van Debussy zou een beetje zoet kunnen zijn, maar door het pittige tempo werd het eerder spannend en sensueel dan romantisch. De Cortège (optocht) werd zo beeldend gebracht dat ik me afvroeg wat Bomkamp in gedachten zag. Le Ballet eindigde in een goed geregisseerde chaos. Het concert opende met de Sonate Posthume van Ravel
Hierin schildert Ravel grillige lijnen en afwisselende kleuren op een wat al te doorwrochte manier. Misschien niet zo erg dat het een vergeten jeugdwerk is? Maar Ravel's Pavane pour une Enfante Défunte was het hartverwarmende hoogtepunt van deze avond. Door intens musiceren zong de melodie regelrecht naar het hart.

Joke Veltman

BN / De Stern - zaterdag 15 oktober 2005






Töne schweben wie Daunen

VON MATTHIAS GANS

Brillanter Abschluss der Flora-Klassik-Sommers

. Rheda- Wiedenbrück. Saxophonisten haben in der sinfonisch - konzertanten Literatur fur ihr Instrument nicht viel Auswahl. Immer wieder kommen sic auf das in der Tat herrliche Konzert für Altsaxophon und Orchester von Alexander Glasunow zurück. Arno Bornkamp, niederländischer Top-Saxophonist, wusste mit der fabelhaften Camerata Amsterdam unter Jeroen Weierink beim letzten Flora-Klassik-Konzert der Saison das Glasunow- Konzert mit zeitgenössischen, leicht goutierbaren Werken zu rahmen. Es wurde ein beschwingter Ausklang der sommerlichen Konzertreihe im angenehm klimatisierten Reethus.
Ein SchweiBband urn den Kopf des Solisten deutete schon au, dass es keine einfache Sache ist, aus dem vor rund 160 Jahren erfundenen Instrument des Herrn Sax schöne Töne herauszukriegen. Doch wenn man Bornkamp die Anstrengung des Spiels durchaus ansah, so daunengleich leicht und makellos intoniert schwebten seine Töne durch das Reethus. Das bekam nicht Dur dem klassizistisch geformten dreisätzigen Glasunow-Konzert, das durch manch unvorhergesehene harmonische Wendungen sich dann doch als Kind der Romantik zu erkennen gab.
Auch Paul Bonneaus WalzerCaprice für Saxophon -Solo profitierte var allem im quasi-improvisierten "Tempo die valse rubato" von der lyrischen Strahlkraft des Tons, den Bornkamp seinem Instrument entlockte. Ein munteres Stückwar (in deutseller Erstaufführung!) "Eine kleine Saxmusik" des niederländischen Komponisten Wijnand van Klaveren, das - passend zum Mozart-Jubiläum im nächsten Jahr - Werke des Salzburgers vorallem im Final-Satz mit ironischem Pfiff zitierte. Keine groBe, aber eine sehr unterhaltsame Musik.
Jean Francaix, der groBe, in Deutschland leider immer noch unterschätzte Komponist, zeigte in seinen 15 Miniaturen nach "Kinder-Porträts von Auguste Renoir" eben jene höchste Meisterschaft, die selbst in der kleinen Form noch Bedeutendes mitzuteilen bat. Wie Francaix unbeschwertem Kindersingsang und spritziger Unterhaltungsmusik einen melancholischen Touch verleiht, verleiht diesen "Kinderzenen mit Pariser Flair" etwas Rührendes.
In die Frühklassik entführten die Rahmenwerke des Programms, Domenico Cimarosas Opern-Ouvertüre "Der Impresario in der Klemme" und Mozarts Sinfonie Nr. 17 G-Dur KV 129. Gerade an letzterem Werk, das Mozart 15-jährig komponierte, offenbarte sich noch einmal die Genialität des Salzburgers, der vor allem im etsten Satz die Themen deutlich hörbar als handelnde Opernfiguren begriff, was dem Allegro eine enorme Dramatik verlieh.
Die Camerata Amsterdam zeigte hier abschlieBend uinter der mitreiBenden Leitung von Jeroen Weierink, dass es nicht nur ein brillantes Ensemble ist - immerhin setzt es sich mehrheitlich aus Mitgliedern des Concertgebouw-Orkest zusammen, dem wohl besten Orchester der Welt. Es offenbarte unter der kundigen Leitung des Alte-Musik-Spezialistenk, dass auch auf modernen Instrumenten historisch informiert die Musik der frühen Klassik gespielt werden kann. Prasselnder Beifall.

Neue Westfalische 10 oktober 2005






Musikkritik

Saxofonissimo

Das letzte Konzert in der Reihe "Musik & Museum" war dem Saxofon gewidmet - Uraufführung einer heiteren Miniatur von Alfred Maultasch Von Heidemarie Klabacher
05.09.05 Heimlich, still und leise hat sich in den letzten Jahren mit der Reihe "Musik & Museum" der "Aspekte Salzburg" eine kleine Konzertreihe für Feinspitze etabliert. Jedes Konzert war ansprechend und fern ab vom Konzert-Mainstram programmiert. Zeitgenössische Werke traten in einen erhellenden Dialog mit dem klassischen Repertoire. Engagierte Künstler ermöglichten spannende Begegnungen mit meist selten gespielten Werken.
"Typisch" für dieses Konzept war auch der letzte Abend mit dem Saxofonisten Arno Bornkamp und dem Pianisten Stefan Schön. Da standen ein Klassiker, Unterhaltungsmusik vom Feinsten und zeitgenössische Werke einander gleichberechtigt gegenüber. Der weiche sinnliche Saxofon-Ton ist bestens geeignet für Debussys "Nachmittag eines Fauns" - besonders in einer so klangsinnlichen Wiedergabe wie der von Arno Bornkamp. Mit George Gershwins "Three Preludes" (1927) kam temperamentvoller Broadway-Schwung in die stillen Hallen. Und mit Alfred Maultaschs "Saxofongeflüster für Altsaxofon und Klavier" kam eine reizende schwungvolle Miniatur zur Uraufführung. Der 91jährige Komponist war anwesend.
Bornkamp bewunderte die Leistungsfähigkeit des Salzburger Komponisten und erwähnte, dass Jenö Takacs, von dem "Two Fantastics" auf dem Programm standen, inzwischen 104 Jahre alt sei. Wie eine Steppenwanderung im Sonnenuntergang klang in dieser Wiedergabe die erste Fantasie, schwungvoll und jazzig die zweite.
Die expressive "Sonata" (1970) vom russischen Großmeister Edison Denissov, wie die Stücke von Maultasch und Takacs ebenfalls ein Originalwerk für Saxofon und Klavier, war der musikalische Höhepunkt des Abends.
Man habe bereits Gespräche geführt, wie es mit der Reihe nach der Übersiedelung des Salzburger Museums Carolino Augusteum in die Neue Residenz weitergehen könne, sagte Klaus Ager von den Aspekten, beim Konzert. Es gebe positive Signale für den Fortbestand der Reihe auch im neuen Museum. Es könne allerdings sein, dass man auf Grund der großen Mozartausstellung 2006 pausieren müsse.

bron:http://www.drehpunktkultur.at/sites/txt05/5343.htm






Niemandsland
Als er een instrument is dat zich van meet af aan manifesteerde in verschillende muzieksoorten en meestal een aura van 'cross0over' over zich heeft dan is het wel de saxofoon. Het destijds zeer jonge instrument vond aan het begin van de twintigste eeuw zijn weg in de toen popuaire jazz- en cabaret muziek en wist mede daardoor ook meer klassiek ingestelde componisten te interesseren voor die vreemde hese klank tussen hout en koper in.
Wie teruggaat in de tijd ziet de saxofoon vaak opduiken in muziek die ergens tussen de serieuze moderne muziek en de jazz- en amusementsmuziek van die tijd ligt. Juist dit fenomeen maakt de CD Metropolis Berlin 1925-1933 met saxofonist Arno Bornkamp in de hoofdrol. (Ottavo OTR C100386) een grensgeval in deze rubriek. De componisten die op de CD figureren , Schulhoff, Hindemith, Busch en Weill, horen allen tot het echelon van klassieke componisten, maar snoepen op deze CD naar hartelust van de klanken van de populaire muziek. En mede daardoor viel deze muziek onder de toenmalige vloek van entartete musik. Want de entartete musik was niet alleen een ban uitgesproken over joodse componisten, het was ook een schoolvoorbeeld van intolerantie jegens invloeden van populaire muzieksoorten in de zogenaamde serieuze muziek.
Met de kwaliteit van de uitvoering op Metropolis Berlin zit het wel snor. Bornkamp bewijst zich nog steeds als een van de beste en meest originele saxofonisten van Nederlandse bodem. Hij speelt de hot sonate van Schulhoff, werken van Hindemith, het prachtige quintett voor voor altsaxofoon en strijkkwartet van Adolf Busch en de suite uit Aufstieg und fall der Stadt Mahagony op schitterende instrumenten afkomstig uit de jaren 20 en 30 van de twintigste eeuw en hij weet uitstekende musici zoals het Utrecht String quartet en Ivo Janssen om zich heen te verzamelen. Buitengewoon verheugend is ook dat Bornkamp niet te beroerd is om een van zijn meest briljante leerlingen, Ties Mellema, naar voren te schuiven en met hem samen het Konzertstuck fur Zwei Altsaxophone van Hindemith te spelen.

Paul Janssen